hoofdstuk vier
Milieu
In balans
met de natuur
Voortgangsverslag duurzaamheid | 2025
Onze impact op de biodiversiteit is voornamelijk gelinkt aan de inkoop van hout en het beheer van materiaalstromen. Doordat we met behulp van circulair gebruik de behoefte aan nieuwe materialen terugdringen en waarborgen dat nieuw hout afkomstig is van verantwoorde bosbouw, beperken we onze impact op de ecosystemen.
Gebruik van FSC- en PEFC-gecertificeerd hout speelt een belangrijke rol bij het behoud en duurzame beheer van bossen en de bescherming van de biodiversiteit. Daarom willen we in 2030 alleen nog gecertificeerd hout inkopen.
Verder kiezen we voor doelgerichte initiatieven om een bijdrage te leveren aan het herstel van ecosystemen. Samen met partners als Land Life ondersteunen we herbebossingsprojecten in Europa. De afgelopen jaren zijn er bijna 110.000 bomen geplant. Op die manier dragen we bij aan het herstel van gedegradeerd land en ondersteunen we de biodiversiteit.
De levensduur van ladingdragers verlengen is een belangrijke factor om ons materiaalgebruik en onze ecologische impact terug te dringen. Door in te zetten op hergebruik hebben we minder nieuwe materialen nodig en genereren we ook minder afval.
Dat bereiken we als volgt:
inzamelings- en hergebruikpercentage voor pallets opschroeven
traceerbaarheid verbeteren via digitale oplossingen
reparatie- en onderhoudsprocessen verbeteren
We hebben onder meer het PRS Green Label en het Connected Load Carrier-programma gelanceerd en palletinzamelingsacties op touw gezet om het retourpercentage voor pallets te verhogen en die efficiënter in te zetten. Met behulp van RFID, QR-codes en streepjescodes kunnen we beter volgen waar de pallets zich in de supply chain bevinden, zodat er minder verloren gaan. Aan het einde van hun levenscyclus worden de ladingdragers verantwoord verwerkt, zodat de materialen waar mogelijk worden hergebruikt of gerecycled.
Biodiversiteit
Langere levensduur en meer hergebruik
We willen kunnen waarborgen dat de materialen die we gebruiken, afkomstig zijn uit een duurzame bron. We vinden het dan ook belangrijk dat voor de productie van nieuwe ladingdragers gecertificeerd hout wordt gebruikt.
Voor 2030 is ons doel dat alle nieuw ingekochte pallets van 100% FSC/PEFC-gecertificeerd hout zijn gemaakt, en dat doel is voor alle divisies nu al bijna gehaald. Van jaar tot jaar kunnen zich kleine fluctuaties voordoen, bijvoorbeeld vanwege de beslissing om tijdelijk andere pallets in te kopen als onze bedrijfsvoering daarom vraagt.
We willen onze supply chain nog veerkrachtiger maken. Daarom hebben we via ons GREEN30+-initiatief de duurzaamheidsnormen voor onze leveranciers verder aangescherpt. Met GREEN30+ waarborgen we dat duurzaamheid steeds vaker als criterium wordt gehanteerd bij onze inkoopkeuzes en de contacten met onze leveranciers.
Duurzame inkoop van materialen
Circulariteit staat centraal in het bedrijfsmodel van Faber Group. Via ons poolingsysteem maximaliseren we het hergebruik van ladingdragers, zodat er minder nieuw materiaal nodig is.
Binnen onze bedrijfsvoering maken we voornamelijk gebruik van hout – een hernieuwbaar materiaal – voor onze ladingdragers. Verder kopen we een kleinere hoeveelheid niet-hernieuwbare materialen in, zoals kunststof. Naarmate ons bedrijf verder groeit, neemt ook de totale hoeveelheid nieuw ingekochte ladingdragers toe. Het terugdringen van de behoefte aan nieuwe materialen heeft nog steeds een hoge prioriteit en hangt nauw samen met hergebruik, aangezien de producten dan beter worden benut en langer meegaan.
Circulariteit
Voor de kwantificering van de vermeden uitstoot gebruiken we het document ‘Guidance on Avoided Emissions’ van de World Business Council for Sustainable Development (versie uit 2023). De uitstootbesparing per rit wordt berekend op basis van vergelijkende levenscyclusanalyses (LCA). Deze analyses zijn in 2023 en 2024 uitgevoerd volgens ISO 14040/44 en vervolgens door collega’s getoetst. Als we de vermeden uitstoot per rit vermenigvuldigen met het aantal ritten per jaar, komen we uit op de totale uitstoot die we onze klanten jaarlijks besparen.
In 2025 hebben onze klanten dankzij onze activiteiten meer dan 40.000 ton CO₂e kunnen besparen, 9% meer dan in 2023. Ons streven is om deze hoeveelheid tegen 2030 te verhogen tot meer dan 58.000 ton CO₂e per jaar.
We schalen ons poolingmodel verder op en vergroten ook het bereik daarvan om steeds meer uitstoot te vermijden. Zo helpen we klanten met de overstap van ladingdragers voor eenmalig gebruik op een poolingsysteem met herbruikbare ladingdragers en introduceren we innovatieve oplossingen in traditioneel lineaire markten. Een voorbeeld hiervan is RUDi (ReUsable Display), een herbruikbaar display, ontwikkeld door IPP Duitsland, dat in de plaats komt van een wegwerpoplossing.
Scope 1- en scope 2-emissies Resultaten en oorzaken
Aangezien het overgrote deel van onze emissies in scope 3 valt, heeft vermindering van de emissies in de waardeketen voor ons nog steeds de hoogste prioriteit. Dit zijn de speerpunten van onze aanpak: het transport efficiënter maken, overstappen op vormen van transport die minder uitstoot veroorzaken, en optimaliseren van ons logistieke netwerk.
Hiervoor hebben we GREEN30+ in het leven geroepen, het inkoopprogramma van de groep dat ons leveranciersnetwerk sneller koolstofvrij, concurrerender en veerkrachtiger moet maken. Dit zijn de hoofdpunten van GREEN30+:
We hebben duurzaamheidscriteria opgenomen voor onze inkoopbeslissingen.
Samen met onze leveranciers werken we aan de overstap op schoner transport en een energie-efficiëntere bedrijfsvoering.
We dragen bij aan betere resultaten binnen onze supply chain via koolstofarmere logistiek en meer inzicht in milieu-gegevens.
We versterken de onderlinge samenwerking van onze teams, zodat iedereen toewerkt naar dezelfde duurzame, operationele en commerciële doelstellingen.
Door van duurzaamheid een speerpunt te maken in onze inkoop en onze relatie met onze leveranciers willen we een meetbaar lagere scope 3-emissie en een veerkrachtiger en efficiënter netwerk van leveranciers bereiken.
Verkleining van onze eigen energie- en CO2-voetafdruk (scope 1 en 2)
De emissies van onze eigen bedrijfsactiviteiten mogen dan een relatief klein onderdeel van onze totale voetafdruk zijn, toch willen we het energieverbruik en de daarmee samenhangende uitstoot van onze kantoren en bedrijfsvoertuigen terugdringen. We streven naar netto nul scope 1- en scope 2-emissies in 2030.
De scope 1-uitstoot van onze bedrijfsactiviteiten is voornamelijk afkomstig van het brandstofverbruik van onze bedrijfsvoertuigen en het gas dat in onze gebouwen wordt verbruikt. De scope 2-uitstoot is afkomstig van de inkoop van elektriciteit voor onze bedrijfsgebouwen. In 2025 was de gecombineerde scope 1- en scope 2-uitstoot lager dan in 2024. Dit positieve resultaat is voornamelijk te danken aan onze overstap op een volledig elektrisch wagenpark en de maatregelen die we hebben doorgevoerd om zelf efficiënter te werken. Het totale energieverbruik van onze bedrijfsactiviteiten was in 2024 14.032 GJ en is in 2025 afgenomen tot 12.165 GJ. Hieraan valt af te lezen wat het effect is van onze inspanningen om zuiniger met energie om te gaan en het energieverbruik van al onze bedrijfsactiviteiten te optimaliseren.
We blijven werken aan een lager energieverbruik en minder uitstoot van onze eigen activiteiten, onder meer door over te stappen op een volledig elektrisch wagenpark, in te zetten op een optimaal energieverbruik in onze kantoren, en onze hele organisatie hier nog bewuster van te maken. Die inspanningen leiden tot een structureel lager energieverbruik en dragen bij aan onze ambitie om minder broeikasgassen uit te stoten.
Onze positieve impact vergroten
We verlagen niet alleen de uitstoot van onze eigen bedrijfsactiviteiten, maar we willen het positieve effect van ons bedrijfsmodel ook graag vergroten door onze klanten met de verkleining van hun CO2-voetafdruk te helpen. Hiervoor brengen we ons circulaire poolingsysteem bij hen onder de aandacht. Dat systeem levert een aanzienlijke CO2-besparing op ten opzichte van minder duurzame alternatieven als wegwerppallets of een 1-op-1 palletuitwisseling. Deze besparing noemen we ‘vermeden uitstoot’ of ‘scope 4’.
Vermindering van scope 3-emissies in de waardeketen
Voor de monitoring van de emissie-intensiteit op groepsniveau houden we onze reductiedoelstelling voor 2030 aan. De emissie-intensiteit wordt berekend als gewogen gemiddelde van de prestaties van alle divisies, waarbij de weging wordt gebaseerd op het omzetaandeel van elke divisie.
Over de hele linie heeft de groep een lagere emissie-intensiteit behaald ten opzichte van de nullijn van 2021. De prestaties fluctueren per jaar, maar de algemene trend laat zien dat we vooruitgang boeken. Toch blijft er werk aan de winkel om onze doelstelling voor 2030 te halen.
Groepsresultaten en doeltraject
Binnen de groep heeft de emissie-intensiteit zich voor elke divisie anders ontwikkeld. PRS en PAKi hebben de laatste jaren allebei een duidelijke en stabiele afname van de CO2e-emissie per rit gerealiseerd. Dat is voornamelijk toe te schrijven aan de optimalisatie van het netwerk, de overstap op schonere brandstoffen als HVO-diesel en het feit dat er meer gebruik wordt gemaakt van intermodaal transport. De emissie-intensiteit van IPP en vPOOL fluctueert. Voor wat betreft vPOOL komt dit voornamelijk doordat er meer nieuwe ladingdragers zijn ingekocht. Dat is direct van invloed op de scope 3-emissies. Voor IPP is de uitstoot per rit relatief stabiel gebleven, ondanks voortdurende duurzaamheidsinspanningen. IPP is inmiddels in nieuwe markten actief, waar het netwerk nog in ontwikkeling is en daardoor minder efficiënt functioneert. De uitbreiding van de activiteiten van IPP maken dan ook weer een deel van de behaalde positieve resultaten van onze duurzaamheidsinitiatieven ongedaan.
Voor SATIM laat 2025 een neerwaartse trend zien. Toch is de emissie-intensiteit per m³ hout nog steeds boven de nullijn van 2021. De belangrijkste oorzaak van die trend is de langere transportafstand, aangezien het hout nu afkomstig is uit noordelijkere delen van Scandinavië. De absolute emissies van SATIM zijn sinds 2021 gedaald.
Verlagen energieverbruik en CO2-uitstoot in onze waardeketen (scope 3)
Aangezien we onze bedrijfsactiviteiten uitbreiden, is het voor de beoordeling van onze voortgang op milieugebied cruciaal dat we de emissie-intensiteit bijhouden. Hoewel een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten over de gehele linie tot een grotere uitstoot kan leiden, kunnen we beter bepalen of de efficiëntie binnen onze waardeketen toeneemt als we de uitstoot per beweging of rit bijhouden.
Voor onze poolingactiviteiten houden we de emissie-intensiteit bij in kilogram CO2-equivalent per rit. Voor onze houtinkoop (SATIM) meten we de intensiteit in kilogram CO2-equivalent per kubieke meter hout. Op die manier kunnen we beter bepalen waar het beter kan, zodat onze uitstoot verder afneemt.
Trend totale uitstoot
Sinds 2021 is onze absolute hoeveelheid broeikasgasemissies afgenomen. Tegelijkertijd is het aantal verkeersbewegingen binnen ons netwerk toegenomen. Dat komt doordat ons bedrijf is gegroeid en we onze poolingactiviteiten hebben uitgebreid. Hieruit blijkt dat de absolute uitstoot niet alles zegt, en dat ook moet worden gekeken naar de intensiteit van de uitstoot. Aangezien onze activiteiten alleen maar toenemen, geeft de uitstoot per eenheid een beter beeld van de prestaties en voortgang die we boeken qua vermindering van onze impact binnen de waardeketen. In het volgende gedeelte gaan we dieper in op onze doelstellingen voor de emissie-intensiteit en onze prestaties op dit vlak.
Efficiënter transport en de overstap op schonere brandstoffen zijn de belangrijkste strategieën om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Verder kunnen we onze impact aanzienlijk verlagen door de vraag naar nieuwe ladingdragers terug te dringen. Dat kunnen we bereiken door onze bestaande pool zo efficiënt mogelijk te benutten. Hiervoor gaan we de rotatiefrequentie verhogen, de verliezen tot een minimum beperken met een betere digitale oplossing en een beter volgsysteem, en de levensduur van de producten verlengen met de juiste behandeling, tijdige reparaties en periodiek onderhoud. Wanneer we de vraag naar nieuwe ladingdragers terugdringen, hebben we ook minder grondstoffen zoals hout nodig. Op die manier verkleinen we onze totale milieu-impact binnen de waardeketen.
In de twee taartdiagrammen hieronder is te zien dat het merendeel van onze milieu-impact afkomstig is van scope 3. Verantwoordelijk hiervoor is de productie van nieuwe ladingdragers en transportactiviteiten (upstream en downstream). De scope 1- en scope 2-emissies, afkomstig van onder meer onze kantoren en leaseauto’s, vormen maar een heel klein percentage van onze totale voetafdruk.
De energie- en broeikasgasgegevens zijn samengesteld op basis van onze interne operationele systemen, inkoopgegevens, logistieke gegevens, facturen van nutsbedrijven, gegevens van tankpassen en informatie van externe leveranciers. De broeikasgasemissies zijn berekend overeenkomstig het GHG-protocol. Voor de afbakening van wat er aan de organisatie moet worden toegeschreven, is gekeken naar de operationele aansturing. De emissies zijn uitgedrukt in CO₂-equivalenten (CO₂e). Hiervoor is gebruikgemaakt van diverse databases met emissiefactoren, zoals EcoInvent, GLEC en Defra, en emissiefactoren die specifiek voor Faber gelden en berekend zijn op basis van onze levenscyclusanalyses. Voor zover dat relevant was, zijn de cijfers van het voorafgaande jaar opnieuw berekend om de samenhang en de vergelijkbaarheid ervan te waarborgen. Voor onze scope 3-doelstellingen hebben we 2021 als uitgangspunt genomen; voor scope 1 en 2 het jaar 2024.
Opmerking over de gebruikte methode
Binnen de milieustrategie van Faber Group neemt terugdringing van de klimaatverandering een belangrijke plaats in. We willen dan ook de uitstoot van broeikasgassen van onze bedrijfsactiviteiten en waardeketen verminderen.
Uitstoot van broeikasgassen
We hebben alle relevante broeikasgasemissies voor onze bedrijfsactiviteiten in kaart gebracht, zoals te zien is in het overzicht op pagina 21. In dit overzicht hebben we onderscheid gemaakt tussen ondersteunende activiteiten (zoals onze kantoren en medewerkers) en onze kernactiviteiten op poolinggebied. Onze CO2-voetafdruk voor 2024 en 2025 is extern gecontroleerd door DEKRA, conform ISO 14064-1. De betrouwbaarheidsverklaring voor 2025 is te vinden in bijlage II. Het verslag van onze broeikasgasemissies volgt het GHG-protocol (Greenhouse Gas) en omvat het volgende:
• Scope 1: directe emissies van eigen bronnen of bronnen in eigen beheer, zoals het brandstofverbruik van bedrijfsvoertuigen en het gasverbruik in gebouwen.
• Scope 2: indirecte emissies van ingekochte elektriciteit.
• Scope 3: alle overige indirecte emissies in de waardeketen, inclusief die van de productie van ladingdragers en transportactiviteiten.
Klimaatverbetering en energiebesparing
Het Peak-programma geeft handen en voeten aan onze milieustrategie. Een afbeelding hiervan staat in hoofdstuk 3. Het programma bestrijkt zeven impactgebieden die ertoe leiden dat we onze CO2-voetafdruk verkleinen, zo min mogelijk nieuwe materialen gebruiken, hergebruik maximaliseren en de banden met onze strategische partners verder aanhalen, zodat we onze duurzaamheidsdoelstellingen halen.
Het programma heeft twee uitgangspunten: aan de ene kant streven we ernaar om onze positieve impact (scope 4) te vergroten door onze klanten te helpen met de verduurzaming van hun supply chain en verlaging van hun CO2-uitstoot. Aan de andere kant proberen we onze negatieve impact te verlagen op het gebied van scope 1-, 2- en 3-emissies, het gebruik van grondstoffen en afvalstromen.
Peak-programma
Het programma hangt nauw samen met de materiële onderwerpen die onderdeel zijn van onze materialiteitsbeoordeling (zie hoofdstuk 2). Op die manier zorgen we ervoor dat we doel- en resultaatgericht handelen conform onze bredere duurzaamheidsstrategie. Onze milieu-aanpak omvat drie thema’s, die rechtstreeks samenhangen met onze materiële onderwerpen en in het Peak-programma zijn geïntegreerd:
• Klimaatverandering en energiebesparing is gericht op een lagere CO₂e-uitstoot, zuiniger omspringen met energie en vermindering van de luchtvervuiling door schoner transport.
• Circulariteit is bedoeld om de instroom van nieuwe materialen te verlagen en verantwoord om te gaan met materialen die uitstromen, via maximaal hergebruik in ons circulaire poolingsysteem.
• Biodiversiteit gaat over onze invloed op de natuurlijke ecosystemen, zoals bossen. We zetten vooral in op de inkoop van verantwoord geproduceerd hout en op circulair houtgebruik.
We hebben ons Peak-programma opgezet om sneller onze milieudoelen te halen. Dit initiatief is bedoeld om concrete vooruitgang te boeken op het gebied van de Faber-ontwikkelingsdoelstellingen, met name verantwoorde consumptie en productie (12), klimaatactie (13) en partnerschappen (17).
hoofdstuk vier
Milieu
In balans
met de natuur
Voortgangsverslag duurzaamheid | 2025
Onze impact op de biodiversiteit is voornamelijk gelinkt aan de inkoop van hout en het beheer van materiaalstromen. Doordat we met behulp van circulair gebruik de behoefte aan nieuwe materialen terugdringen en waarborgen dat nieuw hout afkomstig is van verantwoorde bosbouw, beperken we onze impact op de ecosystemen.
Gebruik van FSC- en PEFC-gecertificeerd hout speelt een belangrijke rol bij het behoud en duurzame beheer van bossen en de bescherming van de biodiversiteit. Daarom willen we in 2030 alleen nog gecertificeerd hout inkopen.
Verder kiezen we voor doelgerichte initiatieven om een bijdrage te leveren aan het herstel van ecosystemen. Samen met partners als Land Life ondersteunen we herbebossingsprojecten in Europa. De afgelopen jaren zijn er bijna 110.000 bomen geplant. Op die manier dragen we bij aan het herstel van gedegradeerd land en ondersteunen we de biodiversiteit.
Biodiversiteit
De levensduur van ladingdragers verlengen is een belangrijke factor om ons materiaalgebruik en onze ecologische impact terug te dringen. Door in te zetten op hergebruik hebben we minder nieuwe materialen nodig en genereren we ook minder afval.
Dat bereiken we als volgt:
inzamelings- en hergebruikpercentage voor pallets opschroeven
traceerbaarheid verbeteren via digitale oplossingen
reparatie- en onderhoudsprocessen verbeteren
We hebben onder meer het PRS Green Label en het Connected Load Carrier-programma gelanceerd en palletinzamelingsacties op touw gezet om het retourpercentage voor pallets te verhogen en die efficiënter in te zetten. Met behulp van RFID, QR-codes en streepjescodes kunnen we beter volgen waar de pallets zich in de supply chain bevinden, zodat er minder verloren gaan. Aan het einde van hun levenscyclus worden de ladingdragers verantwoord verwerkt, zodat de materialen waar mogelijk worden hergebruikt of gerecycled.
Langere levensduur en meer hergebruik
We willen kunnen waarborgen dat de materialen die we gebruiken, afkomstig zijn uit een duurzame bron. We vinden het dan ook belangrijk dat voor de productie van nieuwe ladingdragers gecertificeerd hout wordt gebruikt.
Voor 2030 is ons doel dat alle nieuw ingekochte pallets van 100% FSC/PEFC-gecertificeerd hout zijn gemaakt, en dat doel is voor alle divisies nu al bijna gehaald. Van jaar tot jaar kunnen zich kleine fluctuaties voordoen, bijvoorbeeld vanwege de beslissing om tijdelijk andere pallets in te kopen als onze bedrijfsvoering daarom vraagt.
We willen onze supply chain nog veerkrachtiger maken. Daarom hebben we via ons GREEN30+-initiatief de duurzaamheidsnormen voor onze leveranciers verder aangescherpt. Met GREEN30+ waarborgen we dat duurzaamheid steeds vaker als criterium wordt gehanteerd bij onze inkoopkeuzes en de contacten met onze leveranciers.
Duurzame inkoop van materialen
Circulariteit staat centraal in het bedrijfsmodel van Faber Group. Via ons poolingsysteem maximaliseren we het hergebruik van ladingdragers, zodat er minder nieuw materiaal nodig is.
Binnen onze bedrijfsvoering maken we voornamelijk gebruik van hout – een hernieuwbaar materiaal – voor onze ladingdragers. Verder kopen we een kleinere hoeveelheid niet-hernieuwbare materialen in, zoals kunststof. Naarmate ons bedrijf verder groeit, neemt ook de totale hoeveelheid nieuw ingekochte ladingdragers toe. Het terugdringen van de behoefte aan nieuwe materialen heeft nog steeds een hoge prioriteit en hangt nauw samen met hergebruik, aangezien de producten dan beter worden benut en langer meegaan.
Circulariteit
Voor de kwantificering van de vermeden uitstoot gebruiken we het document ‘Guidance on Avoided Emissions’ van de World Business Council for Sustainable Development (versie uit 2023). De uitstootbesparing per rit wordt berekend op basis van vergelijkende levenscyclusanalyses (LCA). Deze analyses zijn in 2023 en 2024 uitgevoerd volgens ISO 14040/44 en vervolgens door collega’s getoetst. Als we de vermeden uitstoot per rit vermenigvuldigen met het aantal ritten per jaar, komen we uit op de totale uitstoot die we onze klanten jaarlijks besparen.
In 2025 hebben onze klanten dankzij onze activiteiten meer dan 40.000 ton CO₂e kunnen besparen, 9% meer dan in 2023. Ons streven is om deze hoeveelheid tegen 2030 te verhogen tot meer dan 58.000 ton CO₂e per jaar.
We schalen ons poolingmodel verder op en vergroten ook het bereik daarvan om steeds meer uitstoot te vermijden. Zo helpen we klanten met de overstap van ladingdragers voor eenmalig gebruik op een poolingsysteem met herbruikbare ladingdragers en introduceren we innovatieve oplossingen in traditioneel lineaire markten. Een voorbeeld hiervan is RUDi (ReUsable Display), een herbruikbaar display, ontwikkeld door IPP Duitsland, dat in de plaats komt van een wegwerpoplossing.
Scope 1- en scope 2-emissies Resultaten en oorzaken
Aangezien het overgrote deel van onze emissies in scope 3 valt, heeft vermindering van de emissies in de waardeketen voor ons nog steeds de hoogste prioriteit. Dit zijn de speerpunten van onze aanpak: het transport efficiënter maken, overstappen op vormen van transport die minder uitstoot veroorzaken, en optimaliseren van ons logistieke netwerk.
Hiervoor hebben we GREEN30+ in het leven geroepen, het inkoopprogramma van de groep dat ons leveranciersnetwerk sneller koolstofvrij, concurrerender en veerkrachtiger moet maken. Dit zijn de hoofdpunten van GREEN30+:
We hebben duurzaamheidscriteria opgenomen voor onze inkoopbeslissingen.
Samen met onze leveranciers werken we aan de overstap op schoner transport en een energie-efficiëntere bedrijfsvoering.
We dragen bij aan betere resultaten binnen onze supply chain via koolstofarmere logistiek en meer inzicht in milieu-gegevens.
We versterken de onderlinge samenwerking van onze teams, zodat iedereen toewerkt naar dezelfde duurzame, operationele en commerciële doelstellingen.
Door van duurzaamheid een speerpunt te maken in onze inkoop en onze relatie met onze leveranciers willen we een meetbaar lagere scope 3-emissie en een veerkrachtiger en efficiënter netwerk van leveranciers bereiken.
Verkleining van onze eigen energie- en CO2-voetafdruk (scope 1 en 2)
De emissies van onze eigen bedrijfsactiviteiten mogen dan een relatief klein onderdeel van onze totale voetafdruk zijn, toch willen we het energieverbruik en de daarmee samenhangende uitstoot van onze kantoren en bedrijfsvoertuigen terugdringen. We streven naar netto nul scope 1- en scope 2-emissies in 2030.
De scope 1-uitstoot van onze bedrijfsactiviteiten is voornamelijk afkomstig van het brandstofverbruik van onze bedrijfsvoertuigen en het gas dat in onze gebouwen wordt verbruikt. De scope 2-uitstoot is afkomstig van de inkoop van elektriciteit voor onze bedrijfsgebouwen. In 2025 was de gecombineerde scope 1- en scope 2-uitstoot lager dan in 2024. Dit positieve resultaat is voornamelijk te danken aan onze overstap op een volledig elektrisch wagenpark en de maatregelen die we hebben doorgevoerd om zelf efficiënter te werken. Het totale energieverbruik van onze bedrijfsactiviteiten was in 2024 14.032 GJ en is in 2025 afgenomen tot 12.165 GJ. Hieraan valt af te lezen wat het effect is van onze inspanningen om zuiniger met energie om te gaan en het energieverbruik van al onze bedrijfsactiviteiten te optimaliseren.
We blijven werken aan een lager energieverbruik en minder uitstoot van onze eigen activiteiten, onder meer door over te stappen op een volledig elektrisch wagenpark, in te zetten op een optimaal energieverbruik in onze kantoren, en onze hele organisatie hier nog bewuster van te maken. Die inspanningen leiden tot een structureel lager energieverbruik en dragen bij aan onze ambitie om minder broeikasgassen uit te stoten.
Onze positieve impact vergroten
We verlagen niet alleen de uitstoot van onze eigen bedrijfsactiviteiten, maar we willen het positieve effect van ons bedrijfsmodel ook graag vergroten door onze klanten met de verkleining van hun CO2-voetafdruk te helpen. Hiervoor brengen we ons circulaire poolingsysteem bij hen onder de aandacht. Dat systeem levert een aanzienlijke CO2-besparing op ten opzichte van minder duurzame alternatieven als wegwerppallets of een 1-op-1 palletuitwisseling. Deze besparing noemen we ‘vermeden uitstoot’ of ‘scope 4’.
Vermindering van scope 3-emissies in de waardeketen
Voor de monitoring van de emissie-intensiteit op groepsniveau houden we onze reductiedoelstelling voor 2030 aan. De emissie-intensiteit wordt berekend als gewogen gemiddelde van de prestaties van alle divisies, waarbij de weging wordt gebaseerd op het omzetaandeel van elke divisie.
Over de hele linie heeft de groep een lagere emissie-intensiteit behaald ten opzichte van de nullijn van 2021. De prestaties fluctueren per jaar, maar de algemene trend laat zien dat we vooruitgang boeken. Toch blijft er werk aan de winkel om onze doelstelling voor 2030 te halen.
Groepsresultaten en doeltraject
Binnen de groep heeft de emissie-intensiteit zich voor elke divisie anders ontwikkeld. PRS en PAKi hebben de laatste jaren allebei een duidelijke en stabiele afname van de CO2e-emissie per rit gerealiseerd. Dat is voornamelijk toe te schrijven aan de optimalisatie van het netwerk, de overstap op schonere brandstoffen als HVO-diesel en het feit dat er meer gebruik wordt gemaakt van intermodaal transport. De emissie-intensiteit van IPP en vPOOL fluctueert. Voor wat betreft vPOOL komt dit voornamelijk doordat er meer nieuwe ladingdragers zijn ingekocht. Dat is direct van invloed op de scope 3-emissies. Voor IPP is de uitstoot per rit relatief stabiel gebleven, ondanks voortdurende duurzaamheidsinspanningen. IPP is inmiddels in nieuwe markten actief, waar het netwerk nog in ontwikkeling is en daardoor minder efficiënt functioneert. De uitbreiding van de activiteiten van IPP maken dan ook weer een deel van de behaalde positieve resultaten van onze duurzaamheidsinitiatieven ongedaan.
Voor SATIM laat 2025 een neerwaartse trend zien. Toch is de emissie-intensiteit per m³ hout nog steeds boven de nullijn van 2021. De belangrijkste oorzaak van die trend is de langere transportafstand, aangezien het hout nu afkomstig is uit noordelijkere delen van Scandinavië. De absolute emissies van SATIM zijn sinds 2021 gedaald.
Verlagen energieverbruik en CO2-uitstoot in onze waardeketen (scope 3)
Aangezien we onze bedrijfsactiviteiten uitbreiden, is het voor de beoordeling van onze voortgang op milieugebied cruciaal dat we de emissie-intensiteit bijhouden. Hoewel een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten over de gehele linie tot een grotere uitstoot kan leiden, kunnen we beter bepalen of de efficiëntie binnen onze waardeketen toeneemt als we de uitstoot per beweging of rit bijhouden.
Voor onze poolingactiviteiten houden we de emissie-intensiteit bij in kilogram CO2-equivalent per rit. Voor onze houtinkoop (SATIM) meten we de intensiteit in kilogram CO2-equivalent per kubieke meter hout. Op die manier kunnen we beter bepalen waar het beter kan, zodat onze uitstoot verder afneemt.
Trend totale uitstoot
Sinds 2021 is onze absolute hoeveelheid broeikasgasemissies afgenomen. Tegelijkertijd is het aantal verkeersbewegingen binnen ons netwerk toegenomen. Dat komt doordat ons bedrijf is gegroeid en we onze poolingactiviteiten hebben uitgebreid. Hieruit blijkt dat de absolute uitstoot niet alles zegt, en dat ook moet worden gekeken naar de intensiteit van de uitstoot. Aangezien onze activiteiten alleen maar toenemen, geeft de uitstoot per eenheid een beter beeld van de prestaties en voortgang die we boeken qua vermindering van onze impact binnen de waardeketen. In het volgende gedeelte gaan we dieper in op onze doelstellingen voor de emissie-intensiteit en onze prestaties op dit vlak.
Efficiënter transport en de overstap op schonere brandstoffen zijn de belangrijkste strategieën om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Verder kunnen we onze impact aanzienlijk verlagen door de vraag naar nieuwe ladingdragers terug te dringen. Dat kunnen we bereiken door onze bestaande pool zo efficiënt mogelijk te benutten. Hiervoor gaan we de rotatiefrequentie verhogen, de verliezen tot een minimum beperken met een betere digitale oplossing en een beter volgsysteem, en de levensduur van de producten verlengen met de juiste behandeling, tijdige reparaties en periodiek onderhoud. Wanneer we de vraag naar nieuwe ladingdragers terugdringen, hebben we ook minder grondstoffen zoals hout nodig. Op die manier verkleinen we onze totale milieu-impact binnen de waardeketen.
In de twee taartdiagrammen hieronder is te zien dat het merendeel van onze milieu-impact afkomstig is van scope 3. Verantwoordelijk hiervoor is de productie van nieuwe ladingdragers en transportactiviteiten (upstream en downstream). De scope 1- en scope 2-emissies, afkomstig van onder meer onze kantoren en leaseauto’s, vormen maar een heel klein percentage van onze totale voetafdruk.
De energie- en broeikasgasgegevens zijn samengesteld op basis van onze interne operationele systemen, inkoopgegevens, logistieke gegevens, facturen van nutsbedrijven, gegevens van tankpassen en informatie van externe leveranciers. De broeikasgasemissies zijn berekend overeenkomstig het GHG-protocol. Voor de afbakening van wat er aan de organisatie moet worden toegeschreven, is gekeken naar de operationele aansturing. De emissies zijn uitgedrukt in CO₂-equivalenten (CO₂e). Hiervoor is gebruikgemaakt van diverse databases met emissiefactoren, zoals EcoInvent, GLEC en Defra, en emissiefactoren die specifiek voor Faber gelden en berekend zijn op basis van onze levenscyclusanalyses. Voor zover dat relevant was, zijn de cijfers van het voorafgaande jaar opnieuw berekend om de samenhang en de vergelijkbaarheid ervan te waarborgen. Voor onze scope 3-doelstellingen hebben we 2021 als uitgangspunt genomen; voor scope 1 en 2 het jaar 2024.
Opmerking over de gebruikte methode
Binnen de milieustrategie van Faber Group neemt terugdringing van de klimaatverandering een belangrijke plaats in. We willen dan ook de uitstoot van broeikasgassen van onze bedrijfsactiviteiten en waardeketen verminderen.
Uitstoot van broeikasgassen
We hebben alle relevante broeikasgasemissies voor onze bedrijfsactiviteiten in kaart gebracht, zoals te zien is in het overzicht op pagina 21. In dit overzicht hebben we onderscheid gemaakt tussen ondersteunende activiteiten (zoals onze kantoren en medewerkers) en onze kernactiviteiten op poolinggebied. Onze CO2-voetafdruk voor 2024 en 2025 is extern gecontroleerd door DEKRA, conform ISO 14064-1. De betrouwbaarheidsverklaring voor 2025 is te vinden in bijlage II. Het verslag van onze broeikasgasemissies volgt het GHG-protocol (Greenhouse Gas) en omvat het volgende:
• Scope 1: directe emissies van eigen bronnen of bronnen in eigen beheer, zoals het brandstofverbruik van bedrijfsvoertuigen en het gasverbruik in gebouwen.
• Scope 2: indirecte emissies van ingekochte elektriciteit.
• Scope 3: alle overige indirecte emissies in de waardeketen, inclusief die van de productie van ladingdragers en transportactiviteiten.
Klimaatverbetering en energiebesparing
Het Peak-programma geeft handen en voeten aan onze milieustrategie. Een afbeelding hiervan staat in hoofdstuk 3. Het programma bestrijkt zeven impactgebieden die ertoe leiden dat we onze CO2-voetafdruk verkleinen, zo min mogelijk nieuwe materialen gebruiken, hergebruik maximaliseren en de banden met onze strategische partners verder aanhalen, zodat we onze duurzaamheidsdoelstellingen halen.
Het programma heeft twee uitgangspunten: aan de ene kant streven we ernaar om onze positieve impact (scope 4) te vergroten door onze klanten te helpen met de verduurzaming van hun supply chain en verlaging van hun CO2-uitstoot. Aan de andere kant proberen we onze negatieve impact te verlagen op het gebied van scope 1-, 2- en 3-emissies, het gebruik van grondstoffen en afvalstromen.
Peak-programma
Het programma hangt nauw samen met de materiële onderwerpen die onderdeel zijn van onze materialiteitsbeoordeling (zie hoofdstuk 2). Op die manier zorgen we ervoor dat we doel- en resultaatgericht handelen conform onze bredere duurzaamheidsstrategie. Onze milieu-aanpak omvat drie thema’s, die rechtstreeks samenhangen met onze materiële onderwerpen en in het Peak-programma zijn geïntegreerd:
• Klimaatverandering en energiebesparing is gericht op een lagere CO₂e-uitstoot, zuiniger omspringen met energie en vermindering van de luchtvervuiling door schoner transport.
• Circulariteit is bedoeld om de instroom van nieuwe materialen te verlagen en verantwoord om te gaan met materialen die uitstromen, via maximaal hergebruik in ons circulaire poolingsysteem.
• Biodiversiteit gaat over onze invloed op de natuurlijke ecosystemen, zoals bossen. We zetten vooral in op de inkoop van verantwoord geproduceerd hout en op circulair houtgebruik.
We hebben ons Peak-programma opgezet om sneller onze milieudoelen te halen. Dit initiatief is bedoeld om concrete vooruitgang te boeken op het gebied van de Faber-ontwikkelingsdoelstellingen, met name verantwoorde consumptie en productie (12), klimaatactie (13) en partnerschappen (17).